Btw-regeling voor verenigingen
Het feit dat een organisatie een vereniging is, betekent niet automatisch dat zij niet aan btw is onderworpen. Volgens de algemene principes van het Belgische Btw-Wetboek kan een organisatie btw-belastingplichtig zijn wanneer zij regelmatig en zelfstandig economische activiteiten verricht, zoals het leveren van goederen of het verlenen van diensten tegen vergoeding.
Dit geldt ongeacht de juridische vorm: zowel een vennootschap, vzw als feitelijke vereniging kan btw-belastingplichtig zijn.
Voorbeelden van activiteiten die in principe aan btw onderworpen kunnen zijn, zijn de verkoop van goederen, de verkoop van drank of maaltijden, het tegen betaling verlenen van diensten, bepaalde verhuuractiviteiten en sponsoring waarbij de sponsor in ruil publiciteit of een andere tegenprestatie ontvangt.
Giften en schenkingen zonder tegenprestatie, zuivere financiële steun en bepaalde subsidies zonder rechtstreeks verband met een geleverde dienst of goed zijn daarentegen in principe niet aan btw onderworpen.
Daarnaast voorziet het Btw-Wetboek, onder meer in artikel 44, in specifieke vrijstellingen voor bepaalde activiteiten. Een activiteit die van btw is vrijgesteld, mag niet worden verward met een activiteit die buiten het toepassingsgebied van de btw valt.
De normale btw-regeling
Wanneer een vereniging regelmatig btw-plichtige activiteiten verricht en geen vrijstelling of bijzondere regeling kan toepassen, is in principe de normale btw-regeling van toepassing.
De vereniging moet zich dan identificeren voor de btw en beschikt over een btw-nummer. Zij moet in principe:
- btw aanrekenen op haar belastbare verkopen en diensten;
- facturen uitreiken wanneer de btw-wetgeving dit vereist;
- een boekhouding voeren die aan de btw-verplichtingen voldoet;
- periodieke btw-aangiften indienen via Intervat;
- de verschuldigde btw doorstorten aan de Schatkist;
- jaarlijks een klantenlisting indienen;
- indien van toepassing, ook andere aangiften indienen, bijvoorbeeld een intracommunautaire opgave.
Onder de normale regeling zijn de btw-aangiften in principe maandelijks. Ondernemingen die aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoen, kunnen kiezen voor kwartaalaangiften.
In de jaarlijkse klantenlisting worden in principe Belgische btw-plichtige klanten opgenomen aan wie voor meer dan 250 euro exclusief btw per kalenderjaar aan goederen of diensten werd geleverd.
Daartegenover staat dat een belastingplichtige onder de normale regeling in principe de btw op zijn beroepsmatige aankopen en kosten kan aftrekken, voor zover aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
De vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen (VR)
Voor kleinere organisaties bestaat een belangrijke uitzondering: de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, geregeld door artikelen 56bis tot en met 56undecies van het Btw-Wetboek.
Deze regeling kan in principe worden toegepast wanneer de jaarlijkse omzet die voor de regeling in aanmerking moet worden genomen niet hoger is dan 25.000 euro exclusief btw. Bij de start van een activiteit tijdens het kalenderjaar wordt deze grens in principe pro rata verminderd. Bepaalde activiteiten en sectoren zijn bovendien van de regeling uitgesloten.
De VR is dus geen algemene vrijstelling voor verenigingen. Ook onder deze regeling blijft de organisatie btw-belastingplichtig en beschikt zij over een btw-nummer, maar een groot deel van de normale btw-verplichtingen vervalt.
Concreet betekent de VR:
- er wordt geen btw aangerekend aan de klanten;
- er moeten geen periodieke btw-aangiften worden ingediend;
- er moet dus ook geen btw uit deze handelingen periodiek worden doorgestort;
- daartegenover staat dat de btw op aankopen en kosten niet aftrekbaar is;
- de verplichtingen inzake facturatie en boekhouding blijven gedeeltelijk bestaan;
- in bepaalde bijzondere situaties, bijvoorbeeld bij bepaalde intracommunautaire handelingen, kunnen toch bijkomende btw-aangiften of formaliteiten noodzakelijk zijn.
Klantenlisting en omzet onder de VR
Ook wie gebruikmaakt van de VR heeft een jaarlijkse formaliteit. Uiterlijk op 31 maart moet via de klantenlisting het totale bedrag van de relevante handelingen van het voorgaande kalenderjaar worden meegedeeld.
Wanneer er Belgische btw-plichtige klanten zijn aan wie voor meer dan 250 euro per jaar werd geleverd, moeten deze eveneens in de klantenlisting worden opgenomen. Zijn er geen klanten die moeten worden opgenomen, dan moet onder de huidige regeling toch een nihil-klantenlisting worden ingediend en moet het totale relevante jaaromzetcijfer worden meegedeeld. Dit gebeurt via Intervat, dat onder meer via MyMinfin bereikbaar is.
Overschrijding van de grens van 25.000 euro
De omzetgrens moet goed worden opgevolgd. Wanneer de grens van 25.000 euro tijdens het kalenderjaar met niet meer dan 10% wordt overschreden, kan de VR voor dat kalenderjaar behouden blijven, maar gaat men in principe vanaf het volgende kalenderjaar over naar de normale regeling.
Wordt de grens met meer dan 10% overschreden, dan is de normale btw-regeling reeds van toepassing vanaf de handeling waardoor de grens wordt overschreden.
Belangrijk voor verenigingen
De btw-behandeling wordt dus niet bepaald door het feit dat men een vennootschap, vzw of feitelijke vereniging is. Doorslaggevend zijn vooral de activiteiten die worden verricht, de eventuele tegenprestatie en de toepasselijke vrijstellingen of bijzondere regelingen.
Vooral bij lidgelden, sponsoring, subsidies, verkoop van goederen, evenementen en diensten aan leden is de beoordeling niet altijd eenvoudig.
Bij vragen of twijfel over de btw-plicht, de toepassing van een vrijstelling of de keuze voor de VR is het daarom aangewezen om een boekhouder of fiscaal adviseur te contacteren.
14/09/2026 21:00